Terug naar Blog

Per branche

AI in het onderwijs: kansen, verboden toepassingen en de regels

AI kan leraren werk uit handen nemen, maar sommige toepassingen zijn verboden en beoordeling is hoog-risico. Wat scholen moeten weten over de regels.

aiworktalent Redactie · · 11 min leestijd

AI in het onderwijs: kansen, verboden toepassingen en de regels

AI kan het onderwijs veel bieden: lesmateriaal maken, feedback voorbereiden, leerstof personaliseren. Maar onderwijs is ook een gevoelig domein, met regels die naast personeel ook leerlingen beschermen: sommige toepassingen zijn ronduit verboden. Toetsing en toelating vallen één stap daaronder, in de hoog-risicocategorie van de AI Act. Ook heeft de medezeggenschapsraad wettelijk een stem in het beleid. Voor scholen en schoolbesturen is het cruciaal om kansen, verboden toepassingen en aandachtspunten scherp uit elkaar te houden. Deze post gaat over scholen en onderwijsinstellingen; voor AI in de kinderopvang is er een aparte post. Hieronder eerst het overzicht, daarna de toelichting.

In één oogopslag

Thema Kansen Verboden Aandachtspunt
Lesmateriaal & feedback Concepten, oefeningen en toetsvragen voorbereiden; de docent geeft het eindoordeel Geen verbod Wees transparant naar leerlingen en ouders over AI-gebruik
Emotieherkenning Geen Emoties of gemoedstoestand afleiden uit gezicht of stem, tenzij strikt medisch of voor veiligheid Vraag elke leverancier expliciet wat een tool precies meet
Leerapps & gedragssturing Oefenapps die leerlingen verder helpen zonder ze aan het scherm te binden AI die de kwetsbaarheid van kinderen uitbuit om hun gedrag te sturen, met (waarschijnlijk) aanzienlijke schade tot gevolg Vraag een leverancier hoe een app leerlingen vasthoudt en of dat het leren dient
Toetsing, toelating & beoordeling AI als hulpmiddel bij nakijken, differentiëren en het signaleren van onregelmatigheden Geen artikel 5-verbod. Een afwijzing of zakbeslissing mag in de regel nu al niet puur uit het algoritme komen (artikel 22 AVG). Vanaf 2 december 2027 komen daar de hoog-risico-eisen bij Hoog-risico: documentatie-, transparantie- en bias-eisen, verplicht vanaf 2 december 2027
Leerlingdata, AVG & medezeggenschap AI-tools inzetten binnen een getekende verwerkersovereenkomst Meer leerlingdata verzamelen dan nodig, zonder grondslag In po en vo moet de medezeggenschapsraad instemmen met het AI-beleid; mbo en hoger onderwijs kennen eigen medezeggenschapsregels

Waar AI leraren helpt

Aan de ondersteunende kant liggen de waardevolle, veilige toepassingen. AI neemt tijdrovend voorbereidend werk uit handen:

  • Lesmateriaal ontwikkelen. Oefeningen, uitleg en opdrachten sneller opstellen, die de docent aanpast en controleert.
  • Personaliseren. Oefenstof afstemmen op het niveau van een leerling, met extra oefening waar nodig. Let op: beoordeelt een systeem zelf de resultaten en stuurt het daarmee het leerproces, dan geldt het als hoog-risico (zie hieronder).
  • Gerichte feedback. Concept-feedback op werk voorbereiden, die de docent nakijkt. De docent houdt het pedagogische oordeel.
  • Administratie versnellen. Roosters, verslagen en samenvattingen sneller opstellen.

Het patroon is hetzelfde als in elke sector: AI levert het voorwerk, de professional houdt het oordeel. In het onderwijs is dat extra belangrijk, want het gaat om de ontwikkeling van kinderen en jongvolwassenen. Vertel leerlingen en ouders ook waar de school AI voor inzet; dat voorkomt gedoe achteraf.

Wat verboden is

Hier noemt de AI Act het onderwijs met name: naast de werkvloer is het de enige omgeving die dit verbod expliciet noemt. Sinds 2 februari 2025 verbiedt de AI Act (artikel 5, lid 1, onder f) AI-systemen die emoties van een persoon afleiden op basis van biometrische gegevens, zoals gezichtsuitdrukkingen of stemgeluid. Dat verbod is breder dan alleen leerlingen op de basisschool of middelbare school: het geldt in elke onderwijsinstelling en op elk niveau, van basisonderwijs tot mbo, hbo en volwasseneneducatie. Het geldt ook op de werkvloer, dus voor docenten en ander personeel. Er is een smalle uitzondering voor systemen die strikt voor medische of veiligheidsdoeleinden worden ingezet; algemene "welzijnsmonitoring" zoals stressdetectie valt daar niet onder.

Minstens zo relevant voor scholen is een tweede, minder bekende verbodsbepaling: artikel 5, lid 1, onder b verbiedt AI die de kwetsbaarheid van iemand vanwege leeftijd, een beperking of een sociaaleconomisch kwetsbare positie uitbuit. Het verbod geldt zodra een systeem die kwetsbaarheid gebruikt om het gedrag van die persoon flink te sturen, en dat aanzienlijke schade oplevert of waarschijnlijk oplevert. Kinderen worden in de richtsnoeren van de Europese Commissie bij deze regel expliciet genoemd als kwetsbare groep, omdat ze minder goed kunnen doorzien wanneer een systeem hen probeert te beïnvloeden. Denk aan leerapps die met slimme prikkels vooral zijn ontworpen om leerlingen zo lang mogelijk aan het scherm te houden, met aanzienlijke schade voor hun welzijn.

Een voorbeeld: een school overweegt een online-toetsplatform dat via de webcam controleert of een leerling niet spiekt. Zolang die tool alleen kijkt of iemand het scherm verlaat of een tweede persoon in beeld komt, valt dat onder de hoog-risicoregels hieronder. Zodra de tool ook probeert af te leiden of de leerling gestrest of nerveus is, schuift die functie van "toegestaan, mits je aan de eisen voldoet" naar "verboden". Bij commerciële proctoringsoftware is niet altijd meteen duidelijk of die functie erin zit. Vraag daarom bij elke proctoring- of monitoringtool expliciet na wat er precies wordt gemeten, en laat dat vastleggen in het contract.

Toetsing, toelating en kansengelijkheid: hoog-risico

Een stap onder verboden zit de hoog-risicocategorie van de AI Act (bijlage III, punt 3). Die categorie is breder dan veel scholen denken en omvat vier soorten toepassingen in het onderwijs:

  • AI die bepaalt wie wordt toegelaten tot een opleiding.
  • AI die leerresultaten beoordeelt, ook als die uitkomsten het leerproces sturen, zoals cijfers geven of adaptieve leersystemen.
  • AI die het passende onderwijsniveau vaststelt.
  • AI die tijdens toetsen ongeoorloofd gedrag monitort of detecteert, dus ook examen-proctoring en fraudedetectie.

Voor al deze toepassingen komen strenge eisen: documentatie, transparantie over hoe het systeem werkt, en vooral menselijk toezicht. Een leerling louter op basis van een algoritme afwijzen of gezakt verklaren mag overigens nu al niet: artikel 22 AVG verbiedt in de regel volledig geautomatiseerde besluiten met grote gevolgen. Deze verplichtingen voor aanbieders en gebruikers van hoog-risicosystemen zijn via het Digital Omnibus-pakket verschoven naar 2 december 2027. Dat uitstel is definitief: het Digital Omnibus-pakket is gepubliceerd als Verordening (EU) 2026/1744 en trad op 27 juli 2026 in werking. Wat níet is uitgesteld: de oorspronkelijke verboden praktijken, waaronder de twee hierboven, gelden al sinds 2 februari 2025, en de transparantieverplichtingen van artikel 50 gelden sinds 2 augustus 2026. Het Digital Omnibus-pakket voegde zelf twee nieuwe verboden toe, over AI die zonder toestemming intieme beelden van iemand maakt en over AI voor kindermisbruikmateriaal; die gelden vanaf 2 december 2026.

Dat menselijk toezicht is niet alleen een juridische formaliteit, het is ook een kwestie van kansengelijkheid. Toetsings- en toelatingsalgoritmes trainen op historische data, en die data weerspiegelt vaak bestaande verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld in ondersteuning thuis, voorkennis of taalachtergrond. Zonder controle kan een AI-systeem die verschillen bestendigen in plaats van verkleinen. De AI Act verplicht daarom risicobeheer en toetsing op ongewenste vertekening (bias) voor hoog-risicosystemen. Voor scholen betekent dit: vraag bij aanschaf expliciet hoe een leverancier op bias heeft getoetst, en laat uitkomsten steekproefsgewijs controleren door een docent in plaats van blind te vertrouwen op de score.

Leerlingdata, de AVG en de medezeggenschapsraad

Naast de AI Act geldt de AVG onverkort, en leerlingdata is bij uitstek gevoelige data: het gaat vaak om minderjarigen, een groep die extra bescherming verdient. Zet een school een AI-tool in waar leerlingen mee werken, dan moet het schoolbestuur kunnen aantonen dat dat gebruik aan de AVG voldoet. Een verwerkersovereenkomst met de leverancier van de AI-tool is verplicht (artikel 28 AVG). Daarnaast gelden dataminimalisatie, een duidelijk omschreven doel en, bij een waarschijnlijk hoog privacyrisico, een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA). Bij AI-tools voor minderjarigen is dat al snel het geval.

Er is ook een specifiek onderwijsaspect: medezeggenschap. In het primair, speciaal en voortgezet onderwijs regelt de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) dat. Worden er keuzes gemaakt over hoe AI wel of niet mag worden ingezet, dan hoort dat in het schoolplan of ICT-beleid te staan, en moet de medezeggenschapsraad ermee instemmen. Gaat het om regels voor personeel over AI-gebruik, bijvoorbeeld bij nakijkwerk of monitoring, dan is instemming van de personeelsgeleding nodig. Raakt het beleid leerlingen of ouders, dan tellen ook de oudergeleding en, in het voortgezet onderwijs, de leerlinggeleding mee. In het mbo en hoger onderwijs regelen de WEB en de WHW de medezeggenschap anders, bijvoorbeeld via een ondernemingsraad en een studentenraad. AI-beleid in het onderwijs is dus nooit alleen een directie- of bestuursbeslissing.

Verantwoord aan de slag

  1. Begin ondersteunend. Lesmateriaal, feedback en oefenstof voorbereiden is waardevol en beheersbaar. Een systeem dat zelf het leerproces stuurt, hoort bij stap 3.
  2. Vermijd het verbodene. Geen emotieherkenning bij leerlingen of personeel, en geen AI die de kwetsbaarheid van kinderen uitbuit om gedrag te sturen.
  3. Behandel toetsing en toelating als hoog-risico. Laat AI hooguit ondersteunen, houd menselijk toezicht en toets op bias.
  4. Regel AVG, leerlingdata en medezeggenschap. Verwerkersovereenkomst, dataminimalisatie, en instemming van de MR (in mbo en hoger onderwijs: de bevoegde raad) voordat je live gaat.

Veelgestelde vragen

Wat kan AI in het onderwijs?

AI kan leraren ondersteunen bij het ontwikkelen van lesmateriaal, het afstemmen van oefenstof op het niveau van een leerling en het voorbereiden van feedback die de docent nakijkt. Voor het administratieve en voorbereidende werk (lesmateriaal, samenvattingen, oefenvragen) bespaart het veel tijd. Maar toepassingen die leerlingen beoordelen, het leerproces sturen, over toelating beslissen of toetsen controleren, vallen onder de hoog-risicocategorie van de AI Act. De bijbehorende eisen gelden vanaf 2 december 2027. En sommige toepassingen, zoals emotieherkenning, zijn simpelweg verboden.

Welke AI-toepassingen zijn verboden in het onderwijs?

Sinds 2 februari 2025 verbiedt artikel 5 van de AI Act onder meer AI die emoties van een persoon afleidt op basis van biometrische gegevens, zoals gezichtsuitdrukkingen of stemgeluid (artikel 5, lid 1, onder f). Dat verbod geldt niet alleen voor leerlingen op school: het geldt in elke onderwijsinstelling, van basisonderwijs tot mbo, hbo en volwasseneneducatie, én op de werkvloer voor personeel. Alleen bij strikt medische of veiligheidsdoeleinden mag het wel. Daarnaast verbiedt artikel 5, lid 1, onder b AI die de kwetsbaarheid van kinderen (leeftijd), mensen met een beperking of een sociaaleconomisch kwetsbare positie uitbuit. Het gaat om AI die zo hun gedrag stuurt op een manier die aanzienlijke schade veroorzaakt of waarschijnlijk veroorzaakt. AI-gestuurde beoordeling en toelating zijn niet verboden, maar vallen onder de hoog-risicocategorie. De eisen rond transparantie, biaspreventie en menselijk toezicht gelden vanaf 2 december 2027.

Mag een school AI gebruiken om fraude bij toetsen te ontdekken (proctoring)?

Ja, maar met beperkingen. AI die tijdens toetsen ongeoorloofd gedrag monitort of detecteert valt onder de hoog-risicocategorie van de AI Act (bijlage III, punt 3), naast systemen voor toelating, leerresultaten en niveaubepaling. Vanaf 2 december 2027 betekent dat documentatieplicht, transparantie en verplicht menselijk toezicht. Een leerling alleen op basis van een algoritme als fraudeur bestempelen mag nu al niet: artikel 22 AVG verbiedt in de regel volledig geautomatiseerde besluiten met grote gevolgen. Let bovendien op: sommige proctoringtools proberen ook af te leiden of een leerling gestrest of nerveus is. Bij commerciële software is niet altijd meteen duidelijk of die functie erin zit. Zodra een tool emoties of gemoedstoestand afleidt uit camerabeelden of stem, is dat verboden. De smalle uitzondering voor medische of veiligheidsdoeleinden dekt geen stressmeting bij toetsen.

Wie moet instemmen met AI-beleid op een school: het bestuur of de medezeggenschapsraad?

Niet alleen het bestuur. In het primair en voortgezet onderwijs geldt de Wet medezeggenschap op scholen. Beslissingen over hoe AI wel of niet wordt ingezet horen thuis in het schoolplan of ICT-beleid, en de medezeggenschapsraad moet daarmee instemmen. Gaat het om regels voor personeel, zoals AI bij nakijkwerk of monitoring, dan is instemming van de personeelsgeleding nodig. Raakt het beleid leerlingen of ouders, dan tellen ook de oudergeleding en, in het voortgezet onderwijs, de leerlinggeleding mee. In het mbo en hoger onderwijs regelen de WEB en de WHW de medezeggenschap anders, bijvoorbeeld via een ondernemingsraad en een studentenraad. AI-beleid is dus een gedeelde beslissing, geen eenzijdige directiekeuze.

Hoe voorkomt een school dat AI de kansenongelijkheid tussen leerlingen vergroot?

Toetsings- en toelatingsalgoritmes trainen op historische data, en die data weerspiegelt vaak bestaande verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld in ondersteuning thuis of voorkennis. Zonder controle kan een AI-systeem die verschillen bestendigen in plaats van verkleinen. De AI Act verplicht daarom vanaf 2 december 2027 voor hoog-risicosystemen risicobeheer en toetsing op ongewenste vertekening (bias). Voor scholen betekent dit concreet: vraag leveranciers hoe een systeem op bias is getoetst, en laat de uitkomsten steekproefsgewijs controleren door een docent. Zorg er bovendien voor dat een AI-advies nooit het enige criterium is bij beslissingen met gevolgen voor een leerling.

AI kan leraren veel voorbereidend werk besparen, maar het onderwijs kent harde grenzen: emotieherkenning is verboden, toetsing en toelating zijn hoog-risico, en de medezeggenschapsraad beslist mee. Ken de regels voordat je begint. Wil je een AI-expert inhuren voor je school of onderwijsinstelling om AI verantwoord in te bouwen, dan plaats je op aiworktalent je opdracht en ontvang je voorstellen van specialisten.

Over dit artikel. Het verbod op emotieherkenning (artikel 5, lid 1, onder f) en op het uitbuiten van kwetsbaarheden van kinderen (artikel 5, lid 1, onder b) is gebaseerd op de AI Act (Verordening (EU) 2024/1689). Deze verboden gelden sinds 2 februari 2025. De hoog-risicoclassificatie van toelating, beoordeling, niveaubepaling en toetsdetectie volgt uit bijlage III, punt 3. De bijbehorende verplichtingen voor aanbieders en gebruikers zijn verschoven naar 2 december 2027, via Verordening (EU) 2026/1744 (Digital Omnibus), in werking sinds 27 juli 2026. Het verbod op volledig geautomatiseerde besluiten met grote gevolgen volgt uit artikel 22 AVG. De medezeggenschapsregels volgen voor po en vo uit de Wet medezeggenschap op scholen; mbo en hoger onderwijs vallen onder de WEB en de WHW. Stand oktober 2026.

Dit is algemene informatie, geen juridisch advies. Laat het AI-beleid van een onderwijsinstelling toetsen door een specialist en betrek de medezeggenschapsraad.